Pad: Natuurtypen / Voedselarme venen en vochtige heiden (N06) / Zwakgebufferd ven (N06.05) / Zeer zwak gebufferd ven

Zeer zwak gebufferd ven

Inhoud van deze pagina

BETEKENIS

KENSCHETS
Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen


BETEKENIS

De plantengroei van zeer zwak gebufferde vennen bestaat voor een deel uit soorten die min of meer beperkt zijn tot de West-Europese kustgebieden. Deels zijn het noordelijke soorten, zoals Oeverkruid (Littorella uniflora), Waterlobelia (Lobelia dortmanna) en Drijvende egelskop (Sparganium angustifolium) en deels zuidelijke soorten zoals Moerashertshooi (Hypericum elodes) en Vlottende bies (Eleogiton fluitans). Omdat het verspreidinggebied klein is, draagt het Nederlandse natuurbeheer een groot deel van de Europese verantwoordelijkheid voor deze soorten. Het soortenaantal van de zachte wateren is in West-Europa niet groot, maar omdat de Atlantische regio en de Boreale regio elkaar in Nederland overlappen, zijn de Nederlandse zachte wateren van oorsprong soortenrijker dan in de omringende landen.
Tot rond 1950 bezaten veel zeer zwak gebufferde vennen ook verlandingsvegetaties met een sterk hoogveenkarakter. Juist door de zeer zwakke buffering kwamen hier hele bijzondere plantensoorten in voor, zoals Veenbloembies (Scheuchzeria palustris) en Slijkzegge (Carex limosa). Hier is helaas vrijwel niets meer van over.
Zeer zwak gebufferde vennen zijn rijker aan amfibieën dan zure vennen. Naast diverse soorten kikkers kunnen er ook padden en watersalamanders in voorkomen. Voor de meeste vissoorten zijn ze echter toch te zuur en ook slakken ontbreken.

KENSCHETS

Zeer zwak gebufferde vennen bevatten water dat sterk op regenwater lijkt. Zeer zacht water, ofwel zeer zwak gebufferd water is water met een pH van meestal tussen 4,5 en 6,5 en een buffercapaciteit tussen 50 tot 200 micro-equivalent HCO3- & CO3- per liter. Deze vennen hebben veelal net zo als zure vennen een schijngrondwaterspiegel op een ondoorlatende bodemlaag. Het grondwater stroomt toe vanuit aangrenzende hoger gelegen gronden: stuif- of rivierduinen, dekzandhoogten of randen van plateaus. Meestal is dat alleen ondiep grondwater dat minder basen- en carbonaathoudend is dan diep grondwater. In vennen met een lage positie in het landschap kan - of kon vroeger - ook instroming of doorstroming met oppervlaktewater plaatsvinden.
Evenals in zure vennen is hier een onderscheid tussen water met weinig kooldioxide en water met meer kooldioxide van belang. In de koolstofarme wateren komt een zeer exclusieve vaatplantenflora voor met soorten uit de noordelijke (= Boreale) regio zoals Oeverkruid (Littorella uniflora), Waterlobelia (Lobelia dortmanna) en biesvarens (Isoetes spp.). In koolstofrijkere wateren en op droogvallende oevers komt een eveneens zeer bijzondere vegetatie voor, met soorten uit de Atlantische regio zoals Moerashertshooi (Hypericum elodes), Witbloemige waterranonkel (Ranunculus ololeucos), Drijvende waterweegbree (Luronium natans) en Vlottende bies (Eleogiton fluitans).

Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
De karakteristieke gemeenschappen van zeer zwakgebufferde vennen zijn de zeldzame Associatie van Biesvaren en Waterlobelia (6Aa1) en de RG Oeverkruid [Oeverkruid-klasse] (6). De standplaats is het ondiepe open water en het lage deel van de amfibische zone. Soms is daar ook de RG Veelstengelige waterbies [Oeverkruid-klasse/Klasse der hoogveenslenken] of Associatie van Veelstengelige waterbies (6Ac3) aanwezig. In het water kunnen plekken met ondergedoken veenmossen of hoogveenachtige verlandingen voorkomen - hier ligt een raakvlak met het natuurtype Zuur ven. In de hoge amfibische oeverzone is meestal een zone aanwezig met de RG Pijpestrootje/Veenmos [Klasse der hoogveenslenken](10) die hogerop overgaat in de RG Pijpestrootje [Klasse der hoogveenbulten en natte heiden](11). Zeldzamer is in de oeverzones de Associatie van Moeraswolfsklauw & Bruine snavelbies (11Aa1). De hogere drogere zone (terrestrisch) is meestal te typeren als Associatie van Gewone dophei (11Aa2). Hier liggen raakvlakken met het natuurtype Natte heide, Heischraal grasland en Nat schraalgrasland.
Helofyten zoals Gewone waterbies, Pitrus (Juncus effusus), Riet, Lisdodde, waterlelieachtige planten (Nymphaeiden) en Klein kroos geven veelal vermesting aan. Het gaat dan bijv. om rompgemeenschappen van de Riet-klasse (8), de Associatie van Slangewortel (8Ba1) of rompgemeenschappen van de Klasse der kleine zeggen (9).
Bos of struweel bestaat meestal uit RG Wilde gagel [Klasse der hoogveenbulten en natte heiden](10) of Berkenbroekbos (40AA, zie natuurtype Veenbos.
Het natuurtype Zeer zwak gebufferd ven valt (zoals het type Zwak gebufferd ven) deels onder natuurdoeltypen Zwakgebufferd ven (3.22; subtype a), en Zwakgebufferde duinplas (3.22, subtype b), Gebufferde poel en wiel (3.14), Geïsoleerde meander en petgat (3.17). Binnen de habitatrichtlijn valt het Zeer zwak gebufferd ven deels onder Zeer zwak gebufferde vennen (H3110) en deels onder Vochtige duinvalleien (H2190).

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer, Moniek Nooren en Hein van Kleef, mei .2007.

Literatuur:
Vennenhoofdsleutel,17-05-06

Arts, G.en G. van Duinhoven. 2000. Sleutelen aan vennen. Ministerie van LNV, Wageningen.

Aggenbach, C.J.S., M.H.Jalink en A.J.M.Jansen.1998. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiëring van plantengemeenschappen in vennen. Deel 5 uit de serie ‘Indicatorsoorten'. Staatsbosbeheer, Driebergen.

Arts, G.H.P., P.W.M. van Beers, J.D.M. Belgers & F.G. Wortelboer. 2001. Gedifferentieerde normstelling voor nutriënten in vennen: onderbouwing en toetsing van kritische depositieniveaus en effecten van herstelmaatregelen op het voorkomen van isoetiden.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website