Pad: Natuurtypen / Voedselarme venen en vochtige heiden (N06) / Hoogveen (N06.03) / Herstellend hoogveen

Herstellend hoogveen

Inhoud van deze pagina

BETEKENIS
Afgetakeld, aangetast of herstellend
Resten van vroeger

KENSCHETS
Grote veranderingen en grote variatie aan verschijningsvormen
Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
Met bijdragen van
Literatuur


BETEKENIS

Afgetakeld, aangetast of herstellend
Dit natuurtype heet optimistisch ‘Herstellend hoogveen'. We bedoelen hiermee sterk aangetast hoogveen. Vroeger sprak men bij dit natuurtype gewoonlijk van ‘Afgetakeld hoogveen'. Daarbij ging men dan uit van een terugblik op vergane glorie - wij kijken nu uit naar de toekomst. Hoogveen heeft in de afgelopen eeuwen heel wat te verduren gekregen, nadat het zich daarvóór meestal 3 tot 5 millennia ongestoord heeft kunnen ontwikkelen. Van bijna alle hoogveenrestanten is de bovenlaag afgegraven of verdwenen door de boekweitbrandcultuur. De huidige flora en fauna zijn afhankelijk van het vroegere gebruik van de hoogvenen, het resterende veenpakket en de genomen herstelmaatregelen.

Resten van vroeger
Het resterende veenpakket heeft vanuit paleo-ecologisch oogpunt waarde als archief en is als zodanig het behouden waard. Ook de levende have van een gedegradeerd of herstellend hoogveen kan zeer waardevol zijn. Ondanks de sterke aantasting van herstellende hoogvenen kunnen lokaal karakteristieke en zeldzame planten- en diersoorten aanwezig zijn. Deze soorten kunnen zich gevestigd of uitgebreid hebben na genomen herstelmaatregelen. Het kan daarbij echter ook gaan om overblijfsels, zogenoemde ‘relictpopulaties' van soorten. Die populaties hebben zich dan tijdens de geleidelijke degradatie van het hoogveen kunnen handhaven, doordat steeds ergens in het terrein plekken aanwezig waren met omstandigheden die voldoende geschikt waren om te kunnen overleven en de levenscyclus te voltooien. Belangrijke soorten waarvan relictpopulaties kunnen voorkomen zijn o.a. bultvormende veenmossen, vaatplanten, zoals Rijsbes (Vaccinium uliginosum) en Gagel (Myrica gale), en ongewervelde dieren, zoals kevers en dansmuggen, die een gering verspreidingsvermogen hebben. Zulke relictpopulaties zijn ten eerste op zichzelf al zeer waardevol en ten tweede zijn ze waardevol omdat het ‘bronpopulaties' kunnen worden na het nemen van herstelmaatregelen in de omgeving. Ze kunnen een bron vormen van waaruit kolonisatie van nabijgelegen nieuwe groeiplaatsen kan plaatsvinden. Om verlies van natuurwaarden te voorkomen is het belangrijk om bij het nemen van herstelmaatregelen rekening te houden met de aanwezigheid van deze relictpopulaties en eveneens rekening te houden met de terreincondities en processen die bepalend zijn voor het voorkomen van de betreffende soorten. Relictpopulaties van karakteristieke soorten kunnen vooral gevonden worden op plekken die decennia lang weinig of slechts zeer geleidelijk zijn veranderd, zoals complexen van oude veenputten, ééndagsputten of boerenkuilen. Dit kunnen locaties zijn waar een secundaire hoogveenvorming heeft plaatsgevonden. Het kunnen bijvoorbeeld veenputten zijn die na het uitvenen weer verland zijn en waar ondertussen bultvormende veenmossoorten zijn gaan groeien zoals Wrattig veenmos (Sphagnum papillosum) en Hoogveenveenmos (S. magellanicum). Maar het kunnen ook veenputten of greppels zijn, die vanuit botanisch oogpunt nauwelijks waarde hebben.


KENSCHETS

Grote veranderingen en grote variatie aan verschijningsvormen
De soortendiversiteit, de kwaliteit en de herstelmogelijkheden van herstellende hoogvenen lopen sterk uiteen. Op sommige locaties is door de mate van vervening in het verleden slechts een dun veenpakket overgebleven, dat bestaat uit een donkergekleurde, sterk gehumificeerde veenbodem, het zogenoemde zwartveen. Er zijn ook locaties waar nog een lichtgekleurde, minder gehumificeerde veenbodem, het zogenoemde witveen aanwezig is. Bij herstelprojecten is het type van het restveen belangrijk, omdat dit type in belangrijke mate bepaalt welke maatregel het meest kansrijk zal zijn.
De hydrologie van herstellende hoogvenen is sterk veranderd door de aanleg van ontwateringssloten en wijken in het verleden en door het verlies en de afwezigheid van een functionerende acrotelm. Tijdens de laatste decennia zijn in hoogveenreservaten de meeste ontwateringssloten al afgedamd of gedempt en zijn dammen aangelegd om regenwater langer en op een hoger peil vast te houden in het gebied. Het spreekt voor zich dat dan toch nog lang geen sprake is van het terugkrijgen van een hydrologisch functionerend hoogveen.
Verdroging en atmosferische depositie hebben er toe geleid dat de chemie van een herstellend hoogveen sterk veranderd is ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. Een actief hoogveen is een veenvormend systeem waar de opbouw of aanwas van organisch materiaal groter is dan de afbraak. In herstellende hoogvenen kan echter de afbraak groter zijn dan de opbouw. Dan blijft de dikte van de resterende veenpakketten afnemen, ook al is er geen sprake meer van vervening of afgraving. Alleen al vanwege de grote hoeveelheden kooldioxide en methaan - beide zijn zogenoemde ‘broeikasgassen'- die bij deze afbraakprocessen vrijkomen is dit een onwenselijke situatie. Als het hoogveenherstel goed verloopt en een acrotelm gevormd wordt, is dit een tijdelijke situatie. In de voorheen verdroogde en nu weer herstellende hoogvenen zijn over het algemeen de nutriëntenconcentraties in het veenwater veel hoger dan voor de verdroging. Daardoor is de flora- en faunasamenstelling sterk veranderd.
Doordat het historische gebruik op relatief kleine schaal kan verschillen, kunnen herstellende hoogvenen, vooral de kleinschalige en handmatig verveende hoogveenrestanten, een kleinschalig mozaïek van terreincondities en vegetatietypen herbergen. Zo'n mozaïek verhoogt de biodiversiteit. Grootschalige en machinaal verveende terreinen zijn vaak zeer monotoon en meestal resteert er dan slechts een dun restveenpakket van ca. 50 cm of minder.

Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
De vegetatietypes van herstellende hoogvenen zijn grotendeels dezelfde als die van de actieve hoogvenen, zie natuurtype Actief hoogveen. Daar komen dan rompgemeenschappen bij zoals de Rompgemeenschap van Eenarig wollegras (11RG01). Het gaat hier om het habitattype Herstellende hoogvenen (H7120) ofwel ‘hoogvenen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is'.

Met bijdragen van:
André Aptroot, september 2006; Juul Limpens, Hilde Tomassen en Gert-Jan van Duinen (met gebruikmaking van teksten van Fons Smolders en Sake van der  Schaaf), juni 2007

Literatuur:

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website