Pad: Natuurtypen / Rivieren (N02) / Rivier (N02.01) / Rivier

Rivier

 

Inhoud van deze pagina:

BETEKENIS
KENSCHETS

Inleiding
De hoofdstroom
Nevengeulen
Geïsoleerde wateren
Met bijdrage van
Literatuur


BETEKENIS

Rivieren zijn belangrijk als transportroute. Dit geldt niet alleen voor de uitgebreide scheepvaart over de rivieren, maar ook voor het transport van water, sediment, nutriënten en soorten. Deze transportfunctie is van alle tijden. Zo zorgden rivieren tijdens de interglacialen voor vervoer en herkolonisatie van soorten. In de komende decennia is uit het oogpunt van veiligheid vooral het transport van water een aandachtspunt. Vanuit een aantal vissoorten gaat het om stroomopwaarste en -afwaartse migraties in het tijdsbestek van één seizoen tot enkele jaren.
Ook het transport dwars op de stroomrichting speelt een belangrijke rol. De kracht van het water zorgt voor erosie en sedimentatie. Hierdoor en door de daarop volgende vegetatiesuccessie ontstaat in het rivierbed een rijke verscheidenheid aan o.a. zandbanken, ondiepe geulen, graslanden, struwelen, rietmoerassen, strangen en ooibossen. Door de periodieke overstromingen en het daarmee verbonden transport van materiaal en soorten zijn deze landschapselementen nauw met elkaar verweven. Vroeger gaf het samenspel van dynamiek en een brede overstromingsvlakte ruimte voor het ontstaan van groot- en kleinschalige gradiënten en mozaïeken, waardoor er van oudsher een enorme diversiteit aan planten en dieren in het rivierengebied voorkwam. Helaas is juist de speelruimte voor deze kenmerkende dynamische processen sterk ingekrompen door het nauwe keurslijf waarin we onze rivieren hebben vastgelegd. Ondanks de positieve effecten van natuurontwikkeling is het herstel van de oorspronkelijke karakteristieke levensgemeenschappen nog verre van compleet.

KENSCHETS

Inleiding
Het rivierengebied kent een zeer groot aantal verschillende biotopen. Naast aquatische komen ook amfibische en terrestrische leefgebieden voor als Moeras, Grasland en Alluviale bossen. De rivier zelf vormt uiteraard een belangrijk onderdeel van het landschapstype Rivierengebied.

De hoofdstroom
De hoofdstroom heeft vooral voor veel soorten vissen en watermacrofauna een grote waarde, hoewel tegenwoordig de dynamische delen volledig gedomineerd wordt door exotische watermacrofauna – zie ‘Invloed van exoten’ onder Bedreigingen. Een aantal vogels zoals Visdief, Slobeend en een aantal vleermuizen als Meervleermuis foerageert in de hoofdstroom, maar dan met name op de meer beschutte plekken.
De hoofdstroom kent van nature een grote variatie in substraat, stroomsnelheid, diepte en vegetatie. Ondiepe grindbanken vormen het paaisubstraat voor vissoorten zoals Rivierprik (Lampetra fluviatilis), Barbeel (Barbus barbus) en Sneep (Chondrostoma nasa). Zandige substraten vormen een geschikte leefomgeving voor de larven van de Rivierrombout (Gomphus flavipes) of een paaisubstraat voor Riviergrondel (Gobio gobio).
De Bataafse stroommossel (Unio crassus) is eveneens gebonden aan traag stromende delen met grofzandige sedimenten. Bovendien vereist deze soort helder, zuurstofrijk water. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen graven juvenielen zich namelijk in in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt, vanwege de zuurstofhuishouding. Delen van de rivier met een substraat van klei of slib vormen weer een ander biotoop. De sliblagen dienen onder andere als opgroeiplaats voor larven van de Rivierprik, terwijl het paaien plaatsvindt in snelstromend water, bijvoorbeeld in bovenlopen en beekmondingen, waar een kuiltje wordt gemaakt in de zand- of grindbodem.
In luwe delen van de hoofdstroom en in nevengeulen met voedselrijk en bij voorkeur stromend water kunnen begroeiingen van grote fonteinkruiden optreden, bijvoorbeeld de associatie van Doorgroeid fonteinkruid (Ranunculo fluitantis-Potametum perfoliati). In dergelijke vegetaties kunnen Serpeling (Leuciscus leusiscus), Barbeel (Barbus barbus) en Sneep (Chondrostoma nasa) opgroeien. Andere vissoorten waaronder Winde (Leuciscus idus) vinden hier een geschikt paaisubstraat. Bovendien zijn met deze vegetatie begroeide velden vaak rijker aan watermacrofauna, en er komen minder exoten voor. Dood hout tenslotte is een belangrijk substraat voor onder andere kriebelmuggen (Simulidae).
Veel van de oorspronkelijke variatie in de hoofdstroom is verloren gegaan doordat plekken met ondiep stromend water bij normalisatiewerken zijn verdwenen, zowel in de hoofdgeul als in sommige aangetakte nevengeulen. Vooral jonge vis vindt in de diepe en smalle hoofdgeul onvoldoende geschikt opgroeihabitat. Veel soorten vinden nu nog slechts op beperkte schaal geschikt habitat, zoals in de mondingen van beken of in aangetakte nevengeulen. Met het grotendeels verdwijnen van dood hout zijn ook de kriebelmuggen sterk afgenomen, waarmee een belangrijke voedselbron voor hogere trofische niveaus schaars is geworden.

Nevengeulen
Ook nevengeulen zijn van grote waarde voor veel vissen en voor watermacrofauna. Ze vertonen een grote variatie, van permanent meestromende nevengeulen die sterk met de hoofdstroom overeenkomen tot nevengeulen die slechts zelden in contact staan met de rivier en grotendeels als geïsoleerd water functioneren. De meer dynamische nevengeulen zijn van grote betekenis als toevluchtsoord voor jonge vis en inheemse watermacrofauna mede doordat de oorspronkelijke variatie in de hoofdstroom tegenwoordig ontbreekt. De minder dynamische nevengeulen zijn van waarde voor andere diergroepen waaronder diverse eenden zoals Wintertaling (Anas crecca), Krakeend (Anas strepera) en Nonnetje (Mergus albellus), Groene kikkers (i.e. Meerkikker (Rana ridibunda) en Bastaardkikker (Rana kl. esculenta)), Watervleermuis (Myotis daubentonii) en Bever (Castor fiber).Vooral de minder dynamische nevengeulen kunnen een rijke begroeiing hebben met vegetatietypen uit het Waterlelie-verbond (vegetatietype Nymphaeion) die vooral bestaan uit fonteinkruiden en planten met drijfbladeren zoals Witte waterlelie (Nymphaea alba) en Watergentiaan (Nymphoides peltata). Soms zijn nevengeulen alleen benedenstrooms aangetakt aan de rivier. Wanneer de waterstand in de rivier direct naast de nevengeul hoger is kan rivierkwel optreden: water stroomt dan via de ondergrond van de hoofdstroom naar de nevengeul. Rivierkwel levert helder water op, maar door de korte afgelegde weg is de waterkwaliteit bepaald niet gelijk aan gerijpt grondwater. Toch kan rivierkwel van betekenis zijn, zoals voor Waterviolier (Hottonia palustris) die op dergelijke plekken kan worden aangetroffen.

Geïsoleerde wateren
Ook geïsoleerde wateren kunnen zeer gevarieerd zijn door verschillen in diepte, doorzicht, substraat en de daarmee samenhangende vegetatieontwikkeling. Voorbeelden zijn o.a. verlandende oude rivierarmen, wielen en diepe kolken, maar tegenwoordig ook plassen die ontstaan zijn na delfstofwinning. De vegetatie vertoont hier vaak zonering van de oever naar dieper water. Op de oever komen vegetaties voor als mattenbiesvegetaties (Scirpetum lacustris), Rietvegetaties (Phragmition) en Moerasspirearuigten (Valeriano-Filipenduletum). In dieper water groeien weer fonteinkruidgemeenschappen en planten met drijvende bladeren (Nymphaeion). Ook verlanding door Krabbenscheer (Stratiotes aloides), Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) en Glanzig fonteinkruid (Potamogeton lucens) (vegetatietype Nymphaeion of Hydrocharition) kwamen vroeger talrijk voor in de heldere diepere strangen (0,5-2 meter) en maken deel uit van riviergebonden natuur hoewel ze tegenwoordig vaak tot het laagveen en zeekleilandschap worden gerekend (zie Laagveen en zeeklei).
De Groene glazenmaker (Aeshna viridis) is een bekend voorbeeld van een soort die aan vegetaties met Krabbenscheer is gebonden doordat ze daar de eieren afzet en de larven er tussen de rozetten een beschermde leefomgeving vinden. De Zwarte Stern (Chlidonias niger) gebruikt de planten als broedplaats, hoewel de huidige populatie bijna volledig op kunstmatige vlotjes tot broeden komt. Behalve voor deze twee bekende voorbeelden zijn geïsoleerde wateren met verlandingen met Krabbenscheer ook van grote betekenis voor veel andere soorten, zoals Vetje (Leucaspius delineatus), Bittervoorn (Rhodeus sericeus), Rosse vleermuis (Nyctalus noctula), Ringslang (Natrix natrix), Grote zaagbek (Mergus merganser) en diverse soorten watermacrofauna (o.a. de haft Caenis lactea, de kokerjuffer Hydroptila pulchricornis, de libellen Libellula fulva (Bruine Korenbout), Brachytron pratenseLeucorrhinia pectoralis (Gevlekte witsnuitlibel)).
Rietvegetaties groeien bovenstrooms op de oevers van geïsoleerde wateren en benedenstrooms waar de waterstandwisselingen kleiner zijn. Zij zijn van grote betekenis voor veel zangvogels, zoals Grote karekiet (Acrocephalus arundinaceus), Snor (Locustella luscinioides), Baardmannetje (Panurus biarmicus), Rietzanger (Acrocephalus schoenabaenus) en reigerachtigen zoals Purperreiger (Ardea purpurea), Roerdomp (Botaurus stellaris), Woudaap (Ixobrychus minutes) en Kwak (Nycticorax nycticorax). De betekenis van het Riet (Phragmites australis) voor de verschillende soorten is afhankelijk van de kwaliteit van het water, het substraat en de waterstand. Een stevige rietvegetatie die tot enkele meters in het water staat biedt een goede nestplaats voor de Grote Karekiet omdat grondpredatoren hier niet bij kunnen. Vitaal riet is van belang voor de overwintering van het Baardmannetje omdat rietzaad voor deze soort ‘s winters een belangrijke voedselbron is. De onvoorspelbare overstromingen met rivierwater, de afname van kwaliteit en kwantiteit van kwelstromen en de afzetting van voedselrijk slib tasten de waterkwaliteit en de kwaliteit van het rietmoeras aan. Het Riet zelf groeit slechter en in minder diep water, zodat rietvogels die gebonden zijn aan gezond ‘waterriet’ sterk achteruitgaan.
In geïsoleerde wateren groeit vaak een rijke onderwatervegetatie waardoor de omstandigheden gunstig zijn voor de voorplanting en het opgroeien van vissoorten zoals Kroeskarper (Carassius carassius) en Zeelt (Tinca tinca). Volwassen Grote modderkruipers (Misgurnus fossilis) kunnen hier ook goed overleven, maar planten zich vooral voort in ondiepe overstromingssituaties met een uitgebreide verlandingsvegetatie. Ook diverse amfibieën planten zich voort in deze laagdynamische wateren, waaronder Knoflookpad (Pelobates fuscus) en Kamsalamander (Triturus cristatus).
(Glassnijder) en

Met bijdrage van:
Tekstbijdrage: Wilco Verberk

Literatuur

Aarts, B.G.W., F.W.B. van den Brink& P.H. Nienhuis (2004) Habitat loss as the main cause of the slow recovery of fish faunas of regulated large rivers in Europe: The transversal floodplain gradient. River Research and Applications 20: 3-23.

Arbačiauskas, K., V. Semenchenko, M. Grabowski, R.S.E.W. Leuven, M. Paunović, M.O. Son, B. Csányi, S. Gumuliauskaitė, A. Konopacka, S. Nehring, G. van der Velde, V. Vezhnovetz & V.E. Panov, 2008. Assessment of biocontamination of benthic macroinvertebrate communities in European inland waterways. Aquatic Invasions 3: 211-230.

Brouwer, E., 2008. Krabbescheer in het Rijnstrangengebied; onderzoek op enkele actuele en potentiële groeiplaatsen. B-ware rapport 2008.37. In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel.

Grift, G.E. (2001) How fish benefit from floodplain restoration along the lower River Rhine. Proefschrift Wageningen UR.

Heereveld, M.A. van, R.S.E.W. Leuven, A. van Winden & N. Struiksma, 2008. River groynes for the future. In: A.G. van Os (Ed). Proceedings NCR-days 2007; a sustainable river system?! NCR, Delft: 58-59.

Klink, A. (2004) De Rivier Stroommossel Unio crassus, verspreiding, levenscyclus, habitat en bedreigingen. Klink Adviesbureau, eigen uitgave.

Klink, A. (2008) Pre-advies Rivierengebied: onderdeel aquatische macrofauna. Hydrobiologisch Adviesburo Klink, Wageningen 17 pp.

Loeb, R., 2008. On biogeochemical processes influencing eutrophication and toxicity in riverine wetlands. Proefschrift Radboud Universiteit, Nijmegen.

Nooij, R.J.W. de, Verberk, W.C.E.P., Lenders, H.J.R., Leuven, R.S.E.W., & Nienhuis, P.H. (2006) The Importance of Hydrodynamics for Protected and Endangered Biodiversity of Lowland Rivers. Hydrobiologia 565 (1): 153-162.

Peters, B., met medewerking van L. Dam, T. Vriese, A. Klink, J. Dekker, G. Kurstjens & M. Schoor (2008) Trends, knelpunten en kennisvragen uit het rivierengebied. Preadvies OBN Rivierengbied. Rapport DK nr 2008/dk093-O, Ede.

Peters, B & G. Kurstjens (2008) Maas in beeld. Succesfactoren voor een natuurlijke rivier. Synthese rapport. Bureau Drift/Kurstjens Ecol. Advies, Berg en Dal/Beek-Ubbergen.

Pollux, B.J.A., Korosi, A., Verberk, W.C.E.P., Pollux, P.M.J. & van der Velde, G. (2006) Reproduction, Growth, and Migration of Fishes in a Regulated Lowland Tributary: Potential Recruitment to the River Meuse. Hydrobiologia 565: 105-120.

Profielen Habitattype H3150, versie 1 september 2008 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/profielen/habitattypen/profiel_habitattype_3150.pdf

Profielen Habitattype H3260, versie 1 september 2008 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/profielen/habitattypen/profiel_habitattype_3150.pdf

Reeze, A.J.G., A.D. Buijse & W.M. Liefveld, 2005: Weet wat er leeft langs Rijn en Maas. Ecologische toestand van de grote rivieren in Europees perspectief. RIZA rapport 2005.010. RIZA, Lelystad.

Verberk, W.C.E.P., W. Helmer, K.V. Sýkora, R.S.E.W. Leuven, F.J.A. Saris, H.P. Wolfert & H. Hekhuis (2009) Kansen voor verder herstel van het rivierenlandschap. De Levende Natuur, in druk.

Wijnhoven, S., G. van der Velde, R.S.E.W. Leuven & A.J.M. Smits, 2006. Modelling recolonisation of heterogeneous river floodplains by small mammals. Hydrobiologia 565: 135-152.

Winter, H.V., M. Lapinska & J.J. de Leeuw, 2009. The river Vecht fish community after rehabilitation measures: a comparison to the historical situation by using the river Biebrza as a geographical reference. River Research and Applications 25: 16-28.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website