Pad: Natuurtypen / Stenen elementen / Hunebedden en zwerfstenen

Hunebedden en zwerfstenen

Inhoud van deze pagina

BETEKENIS
Als natuurtype niet oeroud
Vooral in Drenthe

KENSCHETS
Steen en beton
Korstmossen, andere mossen en springstaarten
Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
Met bijdragen van
Literatuur

BETEKENIS

Als natuurtype niet oeroud
Hunebedden en verwante bouwsels, sommige waarvan oorspronkelijk geheel of deels bovengronds, komen voor in heel West-Europa. De historie van hunebedden is goed gedocumenteerd, maar bij publiek en natuurbeschermers meestal onbekend. De hunebedden zijn restanten van grafheuvels die heel lang geleden, namelijk al in de prehistorie zijn gebouwd, maar ze hebben hun definitieve vorm pas gekregen in de 18e eeuw. Lees op de pagina stenen elementen, onder het kopje ‘De samenhangende historie van stenen dijken en hunebedden' hoe dit erfgoed uit de prehistorie werd geplunderd om zeedijken te kunnen bouwen. De stenen bouwsels die na de plunderingen in het landschap zijn blijven liggen en we nu hunebedden noemen, komen net zoals de stenen zeedijken niet eerder dan 1730 beschikbaar als natuurbiotopen. Van de hunebedden zijn er in Nederland nog 54 over, terwijl er naar schatting ca. 300 grafheuvels zijn vergraven.

Vooral in Drenthe
Wie aan hunebedden denkt, denkt aan Drenthe. Inderdaad komen 53 van de hunebedden die nu nog over zijn in deze provincie voor. Verder resteert er alleen nog één in Groningen nadat de Friese is afgebroken, de Utrechtse is ontzenuwd en de Overijsselse is gereduceerd tot een enkele grote steen, de zogenoemde ‘Dikke Steen'.

Veel van onze Drentse hunebedden liggen op de Hondsrug. Een handvol van relatief grote hunebedden ligt in het meer westelijk gelegen deel van Drenthe, en andere vormen er een band van Noord naar Zuid.

Losse zwerfstenen komen overal in ons land hier en daar voor, hoofdzakelijk op de pleistocene zandgronden, ook in het heuvellandschap, maar nog het meest ook weer in Drenthe. Ze liggen in wegbermen, in de heide en vooral op hoeken van bospercelen. Sommige zijn begroeid met bijzondere soorten mossen of korstmossen.
KENSCHETS

Steen en beton
Van nature komt er in Nederland buiten Zuid-Limburg geen steen aan de oppervlakte voor, met uitzondering van wat zwerfstenen. Hunebedden zijn gebouwd van zwerfstenen en die bestaan uit uiteenlopende, allemaal zure gesteenten die in de voorlaatste ijstijd uit Scandinavië met het landijs zijn aangevoerd. Het betreft vooral graniet, maar ook gneis, gabbro, en hoornblendeschist. In hunebedden zijn in de loop der tijd veelal verschillende restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. Scheuren bijvoorbeeld zijn gedicht, eerst met cement, tegenwoordig met kunststof. Ontbrekende stenen zijn nogal eens vervangen door betonnen platen en er zijn soms bakstenen pilaartjes gebouwd om stenen te ondersteunen. Het beton en de bakstenen raken begroeid met een begroeiing die afwijkt van die van de zwerfstenen. Kalk en voedingsstoffen kunnen eruit gaan wegsijpelen, en zich over de granieten blokken heen verspreiden, waardoor het oorspronkelijke zure en voedselarme karakter van de ‘hunebeddenbiotoop' nog verder verloren gaat.

Korstmossen, andere mossen en springstaarten

De meerderheid van de Nederlandse korstmossoorten groeit op een stenen ondergrond en de meeste van de hunebedden behoren tot de plekken waar in Nederland de meeste Rode Lijst-korstmossen groeien; er zijn daar veel meer korstmossoorten te vinden dan in enig heidegebied of stuifzand. In totaal zijn er meer dan 150 soorten op hunebedden gevonden. Enkele mossoorten die op hunebedden voorkomen, komen vrijwel nergens anders in ons land voor.

Als een ondergrond voor begroeiing zijn de zeedijken en de hunebedden in dezelfde periode, na 1730 beschikbaar gekomen. Vrijwel alle nu aanwezige soorten moeten zich daar dus na die tijd gevestigd hebben. Het lijkt er op dat de levensgemeenschap op de hunebedden nog in ontwikkeling is, want de (korst-)mosflora op hunebedden verandert nog van samenstelling. De ijle mat van mossen en korstmossen trekt onder meer allerlei soorten springstaarten aan. Deze diertjes eten voornamelijk algen die tussen de mossen en direct op de steen groeien en gebruiken de oneetbare korstmossen om te schuilen tegen uitdroging.

P
lantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
Op de stenen van een hunebed komt een zeer uiteenlopend microklimaat voor. De zonkant is extreem droog, vooral bovenop. Hier komen zeer langzaam groeiende korstmossen voor, en soms ook polletjes Hunebedmos (Andreaea soorten). De schaduwkant kan een redelijk vochtig microklimaat hebben, zeker als de stenen op vochtige bodem staan en al helemaal het gedeelte ervan dat zich net boven de grond bevindt. Hier kan zich een bijzondere levermosflora ontwikkelen. De mossen- en korstmossen-gemeenschappen van de Nederlandse hunebedden zijn nog niet goed onderzocht en beschreven. De begroiingen van de hunebedden en zwerfstenen zijn ook niet vastgelegd als natuurdoeltype en staan niet op de lijst van te beschermen habitattypen.

Met bijdragen van:
André Aptroot, maart 2007.

Literatuur:
Berg, M & A Aptroot, 2003. Springstaarten op korstmossen (Hexapoda: Collembola). Nederlandse Faunistische Mededelingen 18: 103-121.

Herk, K van, A Aptroot & P van den Boom, 1996. Hunebedden van grote betekenis voor lichenen. De Levende Natuur 97: 179-184.

tekst

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website