Pad: Natuurtypen / Stenen elementen

Inhoud van deze pagina

BETEKENIS:
Natuur en cultuur tegelijk

KENSCHETS:
Stenen elementen in alle soorten en maten
Muren vooral in de stad
De samenhangende historie van stenen dijken en hunebedden

BETEKENIS:

Natuur en cultuur tegelijk
Van nature komt er in Nederland geen steen aan de oppervlakte voor, behalve zwerfsteen of mergelrots. Omdat er zo goed als geen natuurlijk stenig milieu is, moeten alle aan stenig milieu gebonden organismen die in ons land voorkomen dus cultuurvolgers zijn: dier- of plantensoorten die de mens volgen overal waar deze zich vestigt.

Dit proces van volgen is al eeuwen aan de gang en heeft wat de stenige milieu's in ons land betreft, geleid tot unieke begroeiingen met bijbehorende dieren. Het gaat hier om het steen van het stadslandschap en de nederzettingen, bouwsels van muren of muurachtige opeenstapelingen zoals kerken, kastelen, molens, ruïnes, forten, stadsmuren, grachtkanten, putten en graven. Buiten het stadslandschap zijn er ook stenen constructies zoals stenen dijken en hunebedden en er komen verder ook losse zwerfstenen voor.

De samenhang en deels strijdigheid van culturele en natuurlijke aspecten van stenige milieus zijn een complicatie bij het natuurbehoud. Anderzijds biedt de verstrengeling van belangen ook mogelijkheden voor de bundeling van krachten. De begroeiingen van groeven rekenen we overigens niet bij de hier beschreven stenen elementen; ze vormen een apart groepje van natuurtypen: zie ‘Groeven''.

KENSCHETS:

Stenen elementen in alle soorten en maten
Een aanzienlijk deel van Nederland is tegenwoordig bedekt met stenen elementen. Een willekeurige greep: kiezelbeddingen voor spoorwegen, tennisbanen, klinkerweggetjes, stoepen, stenen dijken, ruïnes, duikers, kademuren, stadsmuren, molens, kerken, kastelen, forten, bunkers en woonhuizen. Deze elementen worden vrijwel allemaal bevolkt door planten en dieren, vaak gaat het daarbij om soorten die oorspronkelijk uit een natuurlijk rotsmilieu komen. De stenen zelf bieden plaats aan algen, korstmossen en mossen. In de voegen groeien ook varens en vaatplanten. Al deze plantaardige organismen gaan biomassa produceren en vormen pioniergemeenschappen die mede andere soorten, ook schimmels en dieren aantrekken.

Het stenen element als geheel is een snel opwarmend milieu en vormt daarmee een aantrekkelijke plek voor reptielen. In voegen en spleten of in gebouwen huizen insecten, geleedpotigen, vleermuizen, vogels en zoogdieren. Het gaat te ver om het hele scala aan mogelijke steenbiotopen hier te bespreken. Op de website natuurkwaliteit worden de belangrijkste samengevat en beschreven als drie natuurtypen: (1) muren (2) stenen dijken en (3) hunebedden en zwerfstenen.

Muren vooral in de stad
De begroeiingen van kerken, kastelen, molens, ruïnes, forten, stadsmuren, grachtkanten, putten en grafmonumenten vallen grotendeels onder de categorie natuur in het stadslandschap. De menselijke nabijheid en het intensieve menselijke gebruik van dit milieu heeft geleid tot een naar verhouding sterke aandacht voor muurbegroeiingen, en dat geldt vooral voor hun vaatplantenflora. Er zijn tegenwoordig speciale handleidingen en protocollen voor de restauratie van muren, die rekening houden met de biologische waarden. En de belanghebbenden zitten er als het ware met de neus bovenop.

De samenhangende historie van stenen dijken en hunebedden
Zowel hunebedden als de oudere dijken vormen fraaie voorbeelden van de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Toch is de aandacht voor dijken, zowel vanuit de cultuurhistorische als de natuurbeschermingshoek minimaal gebleven. Er zijn tot dusverre nog nooit dijken als reservaat aangewezen, terwijl alle hunebedden beschermde monumenten zijn.

De historie van dijken met steenbedekkingen is goed gedocumenteerd en hangt nauw samen met die van de hunebedden, maar is bij publiek en natuurbeschermers meestal onbekend. De oudste met steen belegde dijken waren zeedijken. Zeedijken werden opgeworpen sinds de middeleeuwen, om de laagveen- en zeekleilandschappen te beschermen tegen de stijgende zeespiegel.

De eerste dijken bestonden uit zand en klei, en hadden vaak een kern van Zeegras (Zostera soorten). Die zeedijken heetten vaak ‘wierdijken' omdat zeegras ook ‘wier' genoemd werd. Behalve zeegras werden ook wilgentakken bij de constructie gebruikt. Om de branding te breken werden houten palen voor of tegen de dijk gezet, eventueel in een dubbele laag. Dit werkte prima, totdat rond 1730 de Paalworm (Teredo nivalis) deze houten beschoeiingen als nieuw leefgebied ontdekte. Er is wel beweerd dat de Paalworm met schepen in Nederland werd ingevoerd, maar het staat nu vast dat de soort sinds mensenheugenis bij ons voorkomt. Hoewel het dier een ‘worm' wordt genoemd, waarschijnlijk vanwege de gaten die het in hout maakt, gaat het hierbij om een tweekleppig schelpdier. Binnen een paar jaar werden toen alle zeeweringen aangetast en er was niet tegenop te bouwen.

Gelukkig kwam iemand op het idee om steen te gaan gebruiken als dijkbekleding. Vervolgens werden alle zwerfstenen verzameld, opgekocht en naar de dijken gebracht. De vraag naar stenen voor de dijken was zo groot dat men ook in de grond ging graven op zoek naar zwerfstenen. Er werd ontdekt dat veel van de prehistorische grafheuvels van de zandgronden van ons land een massa stenen bevatten. Het was eenvoudig uit te vinden welke: als je met een dunne lange stok in het zand van een grafheuvel prikte en je stuitte op steen, dan was het raak. Op zo'n 300 plaatsen werden stenen in de grafheuvels gevonden en deze heuvels werden vrijwel allemaal afgegraven. Dat daarbij historisch erfgoed verloren ging, telde niet. Alleen de allergrootste stenen, die te groot waren om te vervoeren of snel in kleinere blokken te hakken, bleven achter.

De zwerfstenen die lang geleden bij de constructie van met aarde bedekte grafheuvels zijn gebruikt, zijn dus deels terecht gekomen op de zeedijken, en deels als zogenoemde hunebedden in het landschap blijven liggen. De hunebedden en de stenen zeedijken komen dus in dezelfde periode, vanaf 1730, beschikbaar als natuurbiotopen.

Met bijdragen van:
André Aptroot, januari 2007 en Emiel Brouwer, oktober 2007.

| Hunebedden en zwerfstenen | Stenen dijken | Muren |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website