Pad: Natuurtypen / Droge heiden (N07)

Droge heiden N07                       

Inhoud van deze pagina:

Karakteristiek
Ontstaan
Beheertypen
Verwante natuurtypen
Voorkomen en areaal
Belang
Beleids- en/of beheeropgaven

N07 droge heiden

Karakteristieken

Droge heiden zijn droge gebieden die voor een deel bestaan uit kaal zand en voor een ander deel zijn begroeid door voornamelijk struikheide en/of kraaiheide, afgewisseld met andere heide- en bosbessoorten, struweel of grassen en (korst)mossen. Het natuurtype is karakteristiek voor de arme, droge zandgronden in het binnenland.

Ontstaan

Droge heide is, meestal in de Middeleeuwen of zelfs al eerder, ontstaan door het kappen, branden en beweiden van de oorspronkelijke bossen. Eeuwenlang hebben de lokale boerengemeenschappen er vervolgens plaggen verzameld en vee (aanvankelijk runderen, later schapen) geweid. Daardoor is de bodem geleidelijk steeds voedselarmer geworden. Op plekken die het meest intensief werden gebruikt, verdween zelfs de begroeiing en ontwikkelden zich kleine en grote zandverstuivingen, te midden van een (destijds) vrijwel boomloos landschap.

De tegenwoordige droge heiden zijn restanten in een beboste omgeving. De zeer zure bodems zijn er thans oververtegenwoordigd, omdat de iets rijkere en meer gebufferde bodems bij voorkeur werden ontgonnen of bebost. Droge heiden hebben een natuurlijke neiging om weer dicht te groeien met bos, ook al zal dat niet zomaar hetzelfde bostype worden als in de oertijd. Daarvoor is de bodem teveel uitgeput gedurende de periode van landbouwkundig gebruik, door natuurlijke uitloging èn door zure deposities in de afgelopen decennia.

Beheertypen

Dit natuurtype omvat twee beheertypen:

Hoewel beide beheertypen nauw verwant met elkaar zijn, komen ze tegenwoordig hoofdzakelijk voor in ruimtelijk gescheiden eenheden. In het beheertype droge hei zijn op kleine schaal soms nog wel open zandige plekken aanwezig, hetgeen de kwaliteit van het type ten goede komt.

Verwante natuurtypen

Duinheiden worden niet tot dit type gerekend, maar tot natuurtype N08 Open duinen.

Overeenkomstige habtitattypen

De volgende habitattypen van Natura2000 kunnen voorkomen in dit natuurtype:

Voorkomen en areaal

Het natuurtype komt verspreid voor op de hogere zandgronden. Van de oorspronkelijke 800.000 ha is nu minder dan 40.000 ha over in ons land. Naar verhouding is een belangrijk deel ervan bewaard gebleven vanwege de bestemming militair oefenterrein.

Belang

Ecologisch

Droge heiden komen voor in oude halfcultuurlijke landschappen. De soorten kwamen ook voor in de natuurlijke boslandschappen in ons land. De betekenis van het natuurtype heeft daarom in de eerste plaats te maken met de karakteristieke levensgemeenschappen en de bijbehorende soorten. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat er plekken zijn met een relatief warm microklimaat, waardoor een groot deel van de typische diersoorten (onder andere reptielen) warmteminnend is.

Europees verband

Dit natuurtype komt overeen met 5 habitattypen van de Habitatrichtlijn (vertaald in Natura 2000), waarvan 1 type prioritair is (Jeneverbesstruwelen). De grote internationale betekenis blijkt verder uit het feit dat sommige van deze typen voornamelijk in Nederland te vinden zijn.

Overig belang

Behalve natuurwaarde hebben droge heiden ook betekenis vanwege cultuurhistorische en aardkundige elementen, zoals grafheuvels en dekzandruggen. Het landschap is erg aantrekkelijk voor recreanten. Een bijzondere (landschapsecologische) betekenis van dit natuurtype is dat het fungeert als inzijggebied voor andere natuurgebieden die worden gevoed door kwelwater. Vanwege de geringe verdamping kan er relatief veel regenwater inzijgen in de bodem, dat vervolgens ondergronds als schoon grondwater naar lager gelegen gebieden stroomt.

Beleids- en/of beheersopgaven

Randvoorwaarden voor een goede ontwikkeling

Voor een goede kwaliteit van droge heiden zijn verder de volgende factoren van belang:

Knelpunten en opgaven

De belangrijkste opgave zijn:

Het realiseren van structuurvariatie binnen het natuurtype. Vroeger zorgde het landbouwkundig gebruik voor (vooral grootschalige) afwisseling van jonge en oude hei, begroeide en onbegroeide delen en dergelijke. Tegenwoordig kan het beheer veel bijdragen aan de (minstens zo belangrijke kleinschalige) structuurvariatie. Een bijkomend voordeel daarvan is dat de effecten van stikstofdepositie daarbij goeddeels teniet kunnen worden gedaan.

Redactie

Ommering, G, 'Index Natuur en Landschap, Beschrijving Natuurtypen', Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Den Haag 2010.

 

| Droge heide (N07.01) | Zandverstuiving (N07.02) |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website