Pad: Landschapstypen / Duin- en kustgebied / Bedreigingen en Beheeropgaven

Duin- en kustgebied

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN EN BEHEEROPGAVEN
Sterk beteugelde dynamiek
Verruiging door het wegvallen van de grootschalige processen
Versnippering: isolatie van restpopulaties
Verdroging, verzuring en vermesting
Recreatie
Zeespiegelstijging
Met bijdragen van
Literatuur


Sterk beteugelde dynamiek
Zoals in alle Nederlandse ecosystemen oefent de mens ook in het duin- en kustgebied invloed uit op de grootschalige ecologische processen en de dynamiek die ‘bij het systeem hoort'. Die invloed heeft in het duin- en kustgebied gelukkig toch een iets minder alles overheersende vorm dan bijvoorbeeld in het rivierengebied. Langs de kuststranden vindt nog steeds, en op een vrij groot schaalniveau, zandaanvoer plaats. Op sommige plaatsen kan tegenwoordig het duin ook afkalven zonder dat de mens dat meteen tegengaat (zie Witte duinen). Ook vindt nog her en der op kleine schaal spontane verstuiving plaats.

Sterke en grootschalige spontane verstuiving is echter verleden tijd. In de duinen heeft de mens de dynamiek, vooral de winddynamiek, sterk ‘beteugeld' door vastleggingsbeheer. Het open duin is gestabiliseerd. De grote gebieden met zoet-zout overgangen in de riviermondingen zijn met de aanleg van de Afsluitdijk en van de Deltawerken in Zeeland versnipperd geraakt. Spontaan verjongende duinen en kwelders vinden we alleen nog op enkele plekken, vooral in het Waddengebied, bij Bergen en op Schouwen en enkele andere plekken in Zeeland.

Hieronder worden de meer algemene bedreigingen in duin- en kustlandschappen besproken; de bedreigingen in de kustduinen worden specifieker en uitgebreider behandeld onder ‘Open duin' en bij de bespreking van de diverse natuurtypen van het open duin, bij ‘Duinheide'en ‘Duinbos'. Beschrijvingen van andere landschaps- en natuurtypen van de kust zijn nog in voorbereiding: ‘Kwelders en slikken', ‘Afgesloten zeearm', ‘Brakke plas'.

Verruiging door het wegvallen van de grootschalige processen
De status van het merendeel van de duin- en kustgebieden is veranderd van ‘onderdeel van een natuurlijk landschap' naar ‘natuurrestant in een cultuurlandschap'. Vergrassing van pionier- en kruidenrijke begroeiingen, verruiging en uitbreiding van struweel en bos slaan overal toe. Willen we de duinnatuur in al haar variatie behouden, dan zullen we een vorm van beheer moeten toepassen die de natuurlijke grootschalige dynamiek weer op gang brengt of vervangt. De processen die vroeger op grote schaal speelden in het duin- en kustgebied en er voor sterke dynamiek zorgden zijn verstuiving, kustafslag, kustaangroei en incidentele overstroming met zout water.
Omdat er tegenwoordig minder zand verstuift dan vroeger, dreigen de open duinen, duinvalleien en duinplassen overal dicht te groeien. Het duinlandschap lijdt onder verstarring en met de veroudering van het duinsysteem vindt ook ontkalking van de bodem plaats.

Nieuwe duinvorming en kustaangroei wordt bovendien geremd door de bestrijding van kustafslag. De erosiebestrijding maakt dat er weinig materiaal weg wordt gevoerd en er dus minder is dat elders kan worden afgezet. Voornamelijk in de buitenste duinrand, de zeereep, worden voortdurend lokale maatregelen genomen om de kustafslag tegen te gaan. Het gaat daarbij om het onderhoud van golfbrekers, het plaatsen van windschermen en het planten van Helm (Ammophila arenaria). Ook wordt de afslag beperkt door het aanvullen van zand nabij erosiegevoelige plaatsen, de zogenoemde zandsuppleties in de ondiepe kustzee en hier en daar op het strand, vooroever- resp. strandsuppleties. Door het tegengaan van afslag en klifvorming heeft het proces van paraboolduinvorming al lange tijd helemaal niet meer plaatsgevonden.

Het merendeel van de overstromingsvlakten en kwelders in de zeearmen van de rivieren is opgegaan in polders en ontgonnen. In de resterende, kleine natte landschappen werd de grens tussen zoet en zout veel scherper. Vrijwel overal is in de loop van eeuwen de oppervlakte van de brakke standplaatsen geslonken tot vrijwel nul. Zo kon het gebeuren dat een binnen het brakwatermilieu toch vrij weinig eisen stellende soort als Snavelruppia (Ruppia maritima) een zeldzaamheid is geworden.

Versnippering: isolatie van restpopulaties
De karakteristieke kustnatuur is op veel plekken versnipperd door de aanleg van wegen, industrieterrein, woningen en recreatievoorzieningen en dennenaanplantingen. Deze versnippering zorgde ervoor dat de ook door vastleggingsbeheer beteugelde kustdynamiek, met name de winddynamiek, haar grip op de strandvlakten en het gestabiliseerde open duin nog meer verloor. Onder druk van de verstedelijking dreigt de versnippering en isolatie van kustnatuur verder toe te nemen. Ook door het dichtgroeien van de duinen raken restpopulaties van planten en dieren steeds meer geïsoleerd. Deze interne versnippering is vooral in onze vastelandsduinen ver voortgeschreden. Veel populaties van karakteristieke fauna hebben inmiddels een kritisch minimum bereikt en er is dan nog heel weinig voor nodig om ze definitief te laten verdwijnen.

Verdroging, verzuring en vermesting
De met betrekking tot natuurkwaliteit alom bekende drie boosdoeners, verdroging, verzuring en vermesting, hebben ook in de duinen toegeslagen. Grondwaterafhankelijke vegetaties zijn achteruit gegaan door verdroging als gevolg van bosaanplant en waterwinning. Pionierplanten, soorten van voedselarme omstandigheden en basenminnende soorten handhaven zich met moeite en vaak lukt dat alleen dankzij beheersinspanningen. Momenteel worden lokaal gelukkig weer op vrij veel plaatsen vernattingsmaatregelen genomen. Stabilisatie van het duin en verzurende neerslag zorgen voor een versnelde verzuring van het duin. Stikstofaanvoer uit de lucht werkt vermestend en draagt bij aan het versneld dichtgroeien van de duinen. De laatste jaren neemt landelijk de hoeveelheid vermestende en verzurende depositie af. Waarschijnlijk neemt nu dus het gemiddelde tempo van verzuring en vermesting in de duinen af.

Recreatie
De zeer hoge recreatiedruk in onze kustduinen heeft sterk bijgedragen aan de versnippering van plant- en dierpopulaties in het duin. Verstoring van fauna is een veel voorkomend verschijnsel. Grote, verstoringsgevoelige vogels van de open duinen bijv. zijn in de drukste gebieden sterk achteruit gegaan. Verder is het moeilijk om een overzichtelijke inschatting te maken van de invloed van recreatie op het duin- en kustgebied. Op diverse plekken leidt recreatie tot vermesting, bodemverdichting en aantasting van de aardkundige waarden. Er zijn schattingen die aangeven dat jaarlijks ca. een miljoen honden de Hollandse duinen bezoeken, waarvan een niet onaanzienlijk deel los rondloopt, dus onaangelijnd. Vogels en zoogdieren associëren hierdoor de ongevaarlijke recreant met gevaarlijke honden. De mest, urine en geur van deze viervoetige bezoekers hebben een duidelijke, wezenlijk nadelige invloed op het duingebied. Mensen voegen hier ook een directe bijdrage aan toe: in en rond havens vinden forse lozingen plaats vanuit de recreatiescheepvaart.
De aanplant van allerlei vruchtdragende struiken rond recreatievoorzieningen en in tuinen van aangrenzende dorpen en steden heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de uitbreiding van struiken in het open duin. Veel paden worden voorzien van een laag hooi of houtsnippers om de begaanbaarheid te vergroten. Dit heeft een vermestend effect, het gaat bovendien verstuiving tegen en warmteminnende ongewervelden worden daardoor van hun laatste plekjes met open zand beroofd.

De activiteiten van de recreanten, het lawaai en de drukte, verstoren de rust. Dieren zoals broedvogels en zeehonden komen daardoor in de problemen. Op de recreatiestranden wordt de vorming van embryonale duinen onmogelijk gemaakt. Nergens is er in Nederland nog sprake van een natuurlijke strandfauna. Op de waddeneilanden zou dit nog het geval kunnen zijn, ware het niet dat het hier toegestaan is om met terreinwagens overal langs het strand te rijden.

Tenslotte vindt er een groot ruimtebeslag op de duinen plaats door de aanleg van toeristische wegen en paden, parkeerplaatsen, kampeerterrein, golfterreinen, vakantieparken, hotels, restaurants, pretparken en dergelijke. Deze infrastructuur maakt het zoneren van recreatie in de doorgaans smalle duinterreinen moeizaam. Bovendien werkt de infrastructuur versnipperend.
In sommige opzichten heeft recreatie ook positieve effecten, zie ‘Open duin '.

Zeespiegelstijging
Een serieuze, maar lastig in te schatten, het duin- en kustgebied bedreigende factor is de zeespiegelstijging. Volgens de laatste prognoses moeten we uitgaan van een stijging van een halve tot een hele meter in de komende 50 jaar. Dit zal verregaande gevolgen hebben voor het kustgebied.
Zeespiegelstijging leidt waarschijnlijk tot een vermindering van kustaangroei, waardoor met name in het Waddengebied minder duinvorming zal plaatsvinden. De bodemdaling als gevolg van de gaswinning kan dit proces nog versterken.

In gebieden met kustafslag zijn de gevolgen van zeespiegelstijging nog complexer. Zeespiegelstijging kan leiden tot extra afslag en hiermee tot het op gang komen van de processen van klifvorming, vorming van paraboolduinen en verjonging van het duin. Een sterke afslag zal leiden tot een smallere duinenrij en tot daling van de grondwaterstand. Aan de andere kant zal de grondwaterstand meestijgen met de zeespiegel, waardoor droge duinvalleien vochtig kunnen worden en vochtige duinvalleien kunnen veranderen in duinmeren. Het beleid van kustverdediging en begeleidend natuurbeheer moet nog worden uitgewerkt. De invullingen die daaraan worden gegeven bij al deze complexe veranderingen zullen in hoge mate bepalen of er verlies of winst aan natuurwaarden optreedt.

Met bijdragen van:
Rienk Slings, september 2007, Bas Arens, september 2007, Emiel Brouwer, juli 2007; Henk Beije, september 2006.

Literatuur:
Kooiman, A.M., M. Besse, R. Haak, J.H. van Boxtel, H. Esselink, C. ten Haaf, M. Nijssen, M. van Til, C. van Turnhout, 2005. Effectgerichte maatregelen tegen verzuring en eutrofiëring in open droge duinen. "Eindrapportage fase 2." Rapport DK nr. 2005/dk008-O, 158 pp.

Kooijman, A, Grootjans, A.P., Van Til, M. & Van der Spek E. 2004 Aantasting in droge en natte duinen: dezelfde oorzaken, verschillende gevolgen? In: Van Duinen et al. (eds), Duurzaam natuurherstel voor behoud van biodiversiteit, pp 171-187, Expertisecentrum ECLNV, Ede

Turnhout, C., van, Stuijfzand, S., Nijssen, M. & H. Esselink, 2003. Gevolgen van verzuring, vermesting verdroging en invloed van herstelbeheer op duinfauna. Alterra/KUN/VOFF/Stichting Bargerveen. Expertisecentrum LNV, rapport nr. 2003/153.

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website