Pad: Landschapstypen / Grote zoete wateren / Herstelbeheer en Inrichting

Grote zoete wateren

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER & INRICHTING
Herstel van de waterkwaliteit (ABB, slib)
Herstel van oevers
Een natuurlijker peilbeheer
Systeemherstel: allerlei maatregelen nodig
Klimaatonzekerheid

Herstel waterkwaliteit (ABB, slib)
Voor ecologisch herstel van meren is in de eerste plaats het terugdringen van de belasting met nutriënten van belang. Gaat het om externe belasting, dan moet de reductie buiten de wateren zelf plaatsvinden door beperking van lozingen en afvalwaterbehandeling in de stroomgebieden die uitstromen in de wateren. Grondige sanering van de externe belasting heeft in sommige gevallen geleid tot spectaculair ecosysteemherstel, maar vaak blijft de interne belasting bestaan die ervoor zorgt dat het watersysteem lang in een ecologisch ongunstige staat blijft. Dan kan via ingrepen in het ecosysteem zelf in principe een omslag bereikt worden (Actief Biologisch Beheer ofwel biomanipulatie – zie Herstelbeheer en inrichting onder Waterplantenrijk water).
Foto 6 grote zoete wateren Foto 7 Grote zoete wateren
Links een watervegetatie met fonteinkruiden, rechts een met kranswieren. Foto’s Hugo Coops

Herstel van oevers
Ontwikkeling van een groter areaal aan overgangen tussen land en water is een belangrijk onderdeel van het herstel van de grote wateren. Op grote schaal is in de grote wateren al vooroeverbescherming aangelegd, waardoor afslag van oevers is beperkt en luwtegebieden voor watervogels zijn gecreëerd. Daarnaast zijn door het ophogen van de waterbodem of het verlagen van oevergebieden nieuwe moeraszones gecreëerd. Zulke nieuwe wetlands kunnen bijzondere natuurwaarden bevatten, vooral in de pioniersituatie. Op langere termijn is de ontwikkeling van duurzame oevermoerassen afhankelijk van het herstel van hydrologische dynamiek.

Een natuurlijker peilbeheer
Een natuurlijker peilbeheer is een belangrijke pijler voor ecologisch herstel. In de grote wateren is dit echter vaak moeilijk te realiseren vanwege de verweving van functies. Kleine aanpassingen zijn vaak wel mogelijk, en met de toekomstige waterspiegelstijging kunnen wellicht kansen gecreëerd worden voor een meer natuurlijk waterpeilverloop. De mogelijkheden voor natuurlijke inundatiezones kunnen ook versterkt worden door het creëren van laaggelegen oeverzones en door herinrichting van beek- en riviermondingen.
Het herstel van natuurlijke hydrologie op de schaal van de grote wateren is onmogelijk. Er is binnen strikte voorwaarden maar een zeer kleine speelruimte voor peilveranderingen. Toch kunnen aanpassingen van het peilverloop een gunstig effect hebben op het ecosysteem, vooral in de oeverzone.
In sommige oevergebieden met een gescheiden hydrologisch systeem is een op de natuurwaarden gericht peilbeheer mogelijk. Veelal bestaat die uit verhoging van de slootpeilen en winterinundatie van laaggelegen grasland.

Systeemherstel: allerlei maatregelen nodig
Door ecologische verbindingszones te maken worden barrières opgeheven voor organismen die migreren tussen stroomopwaartse (rivieren, beken) en stroomafwaartse wateren (ook: zee). Het doorlaatbaar of passeerbaar maken van dammen en dijken is een van de voorwaarden voor het ecosysteemherstel van de grote zoete wateren. Herstel vergt een integrale aanpak van de knelpunten in waterkwaliteit, morfologie, hydrologie en ruimtelijke verbindingen. Zo’n systeemaanpak vraagt om integratie van de ecologie met maatregelen gericht op veiligheid (dijkversterking), klimaateffecten (peilverhoging), infrastructuur (vaargeulverbreding en -verdieping), winning van delfstoffen (zand) en recreatie. Voor een meer ecologisch beheer van de visstand is een meer duurzame visserij een noodzakelijke voorwaarde.

Klimaatonzekerheid
Het klimaat verandert. Voor de kansen op ecologisch herstel is de mate van klimaatverandering van cruciaal belang. Temperatuurverhoging heeft gevolgen voor het ecosysteem: de verschuiving van de gemiddelde temperatuur ten opzichte van het fysiologische optimum van aanwezige soorten geeft een toenemende kans op algenbloei, een verschuiving van het seizoensritme van soorten, en een toenemende de kans op sterfte door extreme temperatuur. Klimaatverandering leidt ook tot veranderde aanvoer van water en nutriënten vanuit aangrenzende stroomgebieden. Ook zal het gemiddeld krachtiger gaan waaien, waardoor opwerveling van slib toeneemt. Indirect zullen maatregelen om de veiligheid te garanderen bij de toegenomen wateraanvoer, zoals extra spuicapaciteit en de aanleg van voorlanden, ook weer het ecosysteem beïnvloeden.

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website