Pad: Landschapstypen / Droog zandlandschap / Bedreigingen en Beheeropgaven

Droog zandlandschap

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN EN BEHEEROPGAVEN
Zeer gevoelig voor atmosferische deposities
Overige bedreigingen
Kansen zijn redelijk, vooral op lange termijn
Met bijdragen van


Zeer gevoelig voor atmosferische deposities
De grootste bedreiging voor de levensgemeenschappen van het droge zandlandschap is hoge atmosferische depositie van stikstofverbindingen en vroeger ook van zwavelverbindingen. Op de zure gronden vindt sterke ophoping van ammonium plaats. Hierdoor verdringen enkele snelgroeiende soorten uit het oorspronkelijke milieu de overige soorten. Bekend zijn de vlakten met Bochtige smele (Deschampsia flexuosa), Pijpenstrootje (Molinia caerulea) en Grijs kronkelsteeltje (Campylopus introflexus). Onder de insecten is het Heidehaantje (Lochmaea suturalis) een bekend voorbeeld. In het bos verdringen algemene, strooiselafbrekende paddenstoelen de soorten met mycorrhiza (= schimmels die als het ware een link tussen bodem en plant vormen). De gevoelige mycorrhiza vormende soorten als Stekelzwammen en Ridderzwammen worden vervangen door een tiental algemene soorten, waarvan Geelwitte russula (Russula ochroleuca), Aardappelbovist (Scleroderma citrina), Kastanjeboleet (Boletus badius) de meest opvallende zijn.
De van oorsprong zwak gebufferde bodems zijn versneld gaan verzuren, zodat zwak gebufferde bodems zeldzaam zijn geworden in het droge zandlandschap. Ook ontstaan er tegenwoordig nauwelijks nieuwe zwak gebufferde standplaatsen. Dat komt doordat er nauwelijks meer verstuiving plaatsvindt en doordat allerlei menselijke activiteiten die vroeger hieraan bijgedragen hebben in het agrarische landschap, zijn gestopt en in de natuurgebieden ook niet gebeuren.
De kritische waarde voor depositie van stikstof wordt voor gemeenschappen van droge zandgronden bijna overal overschreden. Dat leidt tot verstoring van de natuurlijke mineralenbalans, versnelde successie die zich uit in vergrassing en verbossing, en achteruitgang van karakteristieke soorten. Doordat bossen naar verhouding veel van de stikstofdepositie ‘invangen', is ook het grondwater onder bossen, vooral onder naaldbossen, sterk verrijkt met stikstof. Dit levert een risico voor de kwelgebieden die met dit grondwater worden gevoed.

Overige bedreigingen
Er zijn ook lokaal spelende bedreigingen. Zulke bedreigingen zijn bijv. recreatief en militair medegebruik van natuurgebieden, waardoor bodemverdichting, eutrofiëring en rustverstoring kan optreden. Overigens biedt het medegebruik, vooral militair medegebruik, ook weer mogelijkheden om de gewenste mate van dynamiek te behouden of terug te krijgen, bijvoorbeeld in stuifzanden. Een probleem in heidevelden is, dat met de huidige luchtverontreiniging een vrij intensief beheer nodig is om de heide open te houden. Minder kleinschalig beheer op de grotere heidevelden zet vooral de oudere successiestadia en de kleinschalige ruimtelijke variatie in microklimaat en microreliëf onder druk.
Veel van de grote diersoorten, zoals Wild zwijn (Sus scrofa) en Edelhert (Cervus elaphus), komen alleen voor in natuurterreinen die voornamelijk bestaan uit droog zandlandschap. Voor deze soorten is versnippering van hun biotoop een extra groot probleem.

Kansen zijn redelijk, vooral op lange termijn
Voor een goede natuurkwaliteit is het droge zandlandschap sterk afhankelijk van een goed milieubeleid dat genezend werkt en in ruime mate is aangevuld met gebiedsspecifieke maatregelen. Dit geldt vooral voor de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden vanuit de landbouw en het verkeer. Vooralsnog blijft de stikstofdepositie echter veel te hoog. De invloed daarvan doet zich voornamelijk gelden in de vorm van vermesting. De depositie van zwaveldioxide is zeer sterk afgenomen in de afgelopen 25 jaar. Deze stof was vooral verantwoordelijk voor verzuring. Voor zover de stikstofdepositie is afgenomen, heeft dat betrekking op ammoniak en ammonium (die leiden tot vermesting èn verzuring), en niet op stikstofoxiden (die alleen leiden tot vermesting). Ook dit heeft ertoe bijgedragen dat vooral de verzuring sterk is verminderd. Dit is goed nieuws voor de zwakgebufferde plekken in het droge zandlandschap.

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer en Joost Vogels, mei 2008 & Henk Beije, juli 2006.

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website