Pad: Landschapstypen / Droog zandlandschap / Regulier beheer

Droog zandlandschap

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Van gebruik naar beheer
Tegengaan van de natuurlijke successie
Spontane herstelmechanismen
Met bijdragen van


Van gebruik naar beheer
Het droge zandlandschap heeft een lange geschiedenis achter de rug van intensief gebruik ten behoeve van de landbouw; deze geschiedenis wordt uitgebreider behandeld onder heide en stuifzand. Het eeuwenlang kappen van bomen, maaien, verzamelen van strooisel, begrazen en branden ten behoeve van het begrazen, had tot gevolg dat de oorspronkelijke loofbossen steeds meer plaats maakten voor uitgestrekte, open heidevelden. De bodem verschraalde en loogde uit en op veel plaatsen ontstonden zelfs zandverstuivingen. Vanaf ongeveer 1850 werd het agrarische gebruik minder nodig en werd gestart met de aanplant van naaldbossen. Vanaf ca. 1920 is het landbouwkundig gebruik van de resterende heide geheel gestopt. Geleidelijk kregen heide en stuifzand daardoor een ‘ruiger' aanzien door de toename van oude heide en lokale bosopslag.
Het instandhoudingsbeheer is aanvankelijk weinig systematisch toegepast en nogal laat op gang gekomen. Eenmaal bestemd tot natuur, heeft het landschapstype lange tijd een weinig intensief natuurbeheer gekend. In de begindagen van natuurbescherming was de gangbare gedachte dat alle natuurgebieden zoveel mogelijk met rust gelaten dienden te worden. Dit heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het doorgaan van het verbossen en vergrassen van een groot deel van de heide en zandverstuivingen in Nederland. De naaldbossen kenden vanaf de aanleg een vorm van beheer. Dit beheer was aanvankelijk vooral gericht op de productie van hout. Later werd het beheer van deze bossen op veel plaatsen gericht op een ontwikkeling naar gebiedseigen loofbossen; dat werd ‘actief begeleid' genoemd. Voor de heide is het instandhoudingsbeheer, ook regulier beheer genoemd, pas in 2e helft van de 20e eeuw goed op gang gekomen, nadat een wetenschappelijke commissie in 1953 had vastgesteld dat de heide in Nederland anders geen toekomst zou hebben. Regulier beheer gericht op instandhouding van stuifzanden is op de meeste plaatsen nog later begonnen dan op de heide.

Tegengaan van de natuurlijke successie
Het reguliere beheer bestaat voornamelijk uit het in een groot deel van het landschap tegengaan van de natuurlijke successie, bijvoorbeeld door maaien of plaggen. De maatregelen worden zodanig gespreid in ruimte en tijd dat de diverse successiestadia van de begroeiing - van kaal open zand naar bos - voortdurend aanwezig zijn met geleidelijke overgangen. Zo nodig wordt op kleine schaal enige extra dynamiek geïntroduceerd, bijvoorbeeld door kale zandige plekken te maken of plaatselijk enige bodemverrijking toe te staan. Doel van zulke kleine ingrepen is meer variatie in het landschap te bewerkstelligen en ruimte te bieden aan soorten van pioniersituaties en licht gebufferde bodems.
Op allerlei plekken wordt momenteel geëxperimenteerd met het begrazen van terreinen die deels bestaan uit droog zandlandschap en vaak ook deels uit nat zandlandschap of andere landschappen. De effecten van de begrazing zijn sterk afhankelijk van de begrazingsdruk en de terreinomstandigheden. In veel begraasde terreinen die zowel voedselarme als voedselrijkere delen omvatten, is te zien dat de grazers vrijwel alleen op de voedselrijke stukken grazen (zie heide en stuifzand).
Het regelmatig branden van lage vegetaties kan een goede maatregel zijn om de successie terug te dringen en tevens de verzuring tijdelijk terug te dringen. De aslaag die hierdoor ontstaat, is rijker aan basische kationen (calcium, magnesium, kalium) dan de verzuurde bodem. In het buitenland, en in Nederland op het militaire schietterrein ASK Oldenbroek, is ervaring opgedaan met brandbeheer op de heide. Zo wordt op de Lüneburger heide in Duitsland ieder jaar een flink deel van het heideoppervlak gebrand. Een aantal zeldzame dieren zoals de Kleine wrattenbijter (Gampsocleis glabra) voelt zich het beste thuis op de locaties waar gebrand wordt.

Spontane herstelmechanismen
Ook de oudste bossen op de zandgronden zijn bossen van de tweede generatie die is gestart op de heide en stuifzanden. Inmiddels zijn de oudste bossen op een aantal plaatsen al meer dan honderd jaar oud en zulke bossen beginnen er redelijk volwassen uit te zien. Omdat de bossen aldoor ouder worden en dankzij het veranderde bosbeheer, neemt de soortenrijkdom in bossen tegenwoordig toe. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om vogels zoals de Middelste bonte specht (Dendrocopos medius) en paddenstoelen die afhankelijk zijn van dood hout. Op grote dode bomen zijn onlangs zelfs enkele zeer zeldzame of nieuwe mossoorten voor Nederland ontdekt.
Na een sterke daling van de zuurdepositie bestaan -althans in een deel van het droge zandlandschap- wellicht ook kansen op herstel van de oorspronkelijke mineralenbalans die verstoord is door de hoge atmosferische depositie. Zulk een herstel is mogelijk door natuurlijke verwering. Natuurlijke verwering is weliswaar slechts een langzaam proces waarbij basen in kleine hoeveelheden vrijkomen, maar als dat proces over een periode van 100 jaar en langer plaatsvindt, krijgt het wellicht een wezenlijke betekenis. In het overgrote deel van de bossen wordt het proces van natuurlijke bodemvorming al toegelaten en toegejuicht. Het is echter de vraag of hiermee de situatie wordt bereikt die aanwezig was voordat de intensieve exploitatie van het zandlandschap begon. Immers, toen startte de bodemvorming op een niet of oppervlakkig uitgeloogde bodem, terwijl deze nu plaatsvindt op de diepst uitgeloogde bodems. Omdat daar minder kationen zijn, kunnen bomen er niet goed dienen als zogenoemde kationenpomp; daarvoor moeten ze voldoende kationen met de wortels op kunnen nemen om ze via bladval weer af te kunnen geven aan de strooisellaag.

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer en Joost Vogels, mei 2008 & Henk Beije, juli 2006.

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website