Pad: Landschapstypen / Nat zandlandschap / Regulier beheer

Nat zandlandschap

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Eeuwenlang gebruikt
Extensief beheer volstaat, maar niet altijd
Met bijdragen van


Eeuwenlang gebruikt
Het natte zandlandschap kent, evenals het droge zandlandschap en het beekdallandschap, een geschiedenis van eeuwenlang gebruik door de mens ten behoeve van de landbouw. Droge heide en natte heide, heischraal grasland en nat schraalgrasland zijn door agrarisch gebruik gevormd en eeuwenlang in stand gehouden. Natte heide werd vooral gebruikt voor de winning van heideplaggen voor potstallen. De heidestruiken dienden als voer voor de schapen. Vochtige heischrale graslanden en natte schraalgraslanden werden in stand gehouden door regelmatige, vrij intensieve begrazing en maaien. De intensiteit van het historisch gebruik was afhankelijk van de gewasproductie en varieerde door de eeuwen heen als gevolg van variatie in de vraag naar graan en wol. Bij gebruik van hoogvenen is geen sprake van een duurzame instandhouding. Hier kwam het gebruiken grotendeels neer op vernieling. De randzones van de veensystemen werden ontwaterd en in cultuur gebracht. Het hoogveen zelf werd na lichte ontwatering gebruikt voor de boekweitcultuur. Voor een groot deel zijn de hoogvenen ook afgegraven voor winning van turf als brandstof of - recenter - voor de horticultuur en dat leidde tot de sterk aangetaste hoogveenrestanten die we nu kennen. Alleen zeer lokaal bleef hoogveenvorming optreden, vooral via verlanding van zogenoemde eendagsputten of boerenkuilen die in hoogveenrestanten werden uitgegraven.

De meeste vennen danken hun bestaan waarschijnlijk aan de winning van turf in terreindepressies die door hoogveen waren opgevuld. Na de afgraving trad nieuwe plantengroei op en die werd vervolgens vaak ‘geoogst' ten behoeve van de bemesting van akkers. Vooral in Brabant gebeurde dat en daarnaast ook op de Veluwe en in Overijssel; daar was de landbouw reeds in de Middeleeuwen intensiever dan in Drenthe. Daarom telt Brabant vanouds meer vennen met een kale zandbodem dan Drenthe, waar veel restveen is achtergebleven.

Extensief beheer volstaat, maar niet altijd
Aangezien het natte zandlandschap deels eindstadia van de successie omvat, zoals hoogveen en bos, en voor een ander deel begroeiingen met een trage natuurlijke successie, zoals natte heide en vennen, volstaat in de regel een extensief instandhoudingsbeheer. Echter, om vergrassing en verbossing in hoogvenen en heide tegen te gaan, is onder de huidige depositieniveaus, de verdroging en de erfenissen van de aantastingen uit het verleden een intensiever beheer nodig (zie onder ‘Herstel en inrichting'). Het doel van het beheer voor de instandhouding, ook aangeduid als regulier beheer, is hier de ontwikkeling naar bos en de monotone vergrassing te voorkomen en de variatie binnen het terrein te behouden, inclusief het hier en daar voorkomen van pioniermilieus.

Het reguliere beheer bestaat in het natte zandlandschap voornamelijk uit maaien of plaggen, tenzij het gaat om bos en hoogveen, waar in principe niets doen, niet ingrijpen in de vegetatie, aan de orde is. Heischrale graslanden en (droge) heiden worden van oudsher begraasd. Ook in andere natuurtypen, zoals natte heide in hoogveenrestanten, vindt momenteel begrazing plaats om vergrassing en opslag tegen te gaan en wordt opslag actief verwijderd (o.a. jonge berken uittrekken of afzetten). Zie ook onder Natte heide, subpagina Regulier beheer.

Bij het lange termijn beheer van vennen kan de beheerder voor een moeilijk dilemma komen te staan. In Brabant, waar de meeste vennen tot de minerale bodem zijn afgegraven, kan de beheerder ervoor kiezen om in een deel van de vennen voldoende open water te behouden om pionieervegetaties en diersoorten die open water nodig hebben een kans te geven. (Onder het natuurtype vennen wordt nader ingegaan op het opschonen van vennen.) Bij vennen met restveen in vooral Noord-Nederland is het af te raden om het restveen uit de vennen te halen, omdat hier na hydrologisch herstel goede mogelijkheden bestaan om de hoogveenvorming weer op gang te krijgen, waardoor er op termijn geen noodzaak meer bestaat om steeds opnieuw in te grijpen in de natuurlijke successie. Het is dus van belang om vroegtijdig keuzes te maken en vast te leggen op welke plekken men de natuurlijke successie zijn gang laat gaan en op welke plekken beheer toegepast wordt om open water, natte heide, of heischraal grasland te handhaven, waarbij overigens ruimte gelaten wordt voor onverwachte, waardevolle ontwikkelingen.

Bij de beschrijving van natte heide, vochtig heischraal grasland, nat schraalgrasland, broekbos, veenbos, vennen en hoogveen wordt meer gedetailleerd op regulier beheer ingegaan.

Met bijdragen van
: Henk Beije, juni 2006; Gert-Jan van Duinen & Emiel Brouwer, augustus 2007; André Jansen, oktober 2007.

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website