Pad: Landschapstypen / Heuvellandschap / Herstelbeheer en Inrichting

Heuvellandschap

Inhoud van deze pagina:

HERSTEL EN INRICHTING

HERSTEL

Herstelbeheer: eerste resultaten en knelpunten

INRICHTING
Ontsnippering is van groot belang
Aanleg van akkerreservaten nodig
Nieuwe kansen in groeven
Met bijdragen van
Literatuur

Herstelbeheer: eerste resultaten en knelpunten
Het herstelbeheer komt in het heuvellandschap in grote lijnen neer op het opnieuw instellen van beheersvormen die lijken op de traditionele gebruiksvormen die op de subpagina ‘Regulier beheer' zijn genoemd. Voor kalkgraslanden werkt het opnieuw instellen van begrazing of hooibeheer vaak goed. Natuurherstel op huidige landbouwgronden vergt een grotere inspanning vanwege de zwaardere bemesting van tegenwoordig. Er wordt nu onderzocht of afplaggen van de voedselrijke bovengrond een oplossing biedt, in combinatie met de aanvoer van plantenzaden en mogelijk ook fauna uit hooi van goed ontwikkelde kalkgraslanden. Het naar de oppervlakte brengen van kalkrijke bodem door middel van diepploegen kan hierbij een goede herstelmethode zijn.

In bossen vormt de stikstofophoping waarschijnlijk een probleem. Hakhoutbeheer kan dan leiden tot een woekering van Bramen (Rubus spp.) of Bosrank (Clematis vitalba) en niet tot de gewenste soortenrijke bosranden. In de bossen wordt lokaal wel succes geboekt met het in ere herstellen van het middenbos. Nader onderzoek naar de relaties is ook hier nodig.

De bronnen, beken en natte graslanden zijn het moeilijkst te herstellen. Verdroging en vermesting van het grondwater hebben vaak regionale oorzaken en zijn niet binnen de begrenzingen van de terreinen op te lossen. Zonder verbetering van de situatie op landschapsschaal lukt het dan niet om het maaiveld voldoende lang opnieuw onder invloed van water van de vereiste kwaliteit te brengen. Of het is onder die omstandigheden niet mogelijk om in een bron voldoende nitraatarm bronwater terug te krijgen. Zo lang geen goede uitgangssituatie wordt geschapen die voldoet aan de essentiële randvoorwaarden, zijn herstelmaatregelen over het algemeen zinloos.

INRICHTING

Ontsnippering is van groot belang
De aanpak van de inrichting van bestaande en vooral nieuwe natuurterreinen is een belangrijk instrument bij het tegengaan van de zeer sterke versnippering van de natuur in het heuvelland. Momenteel worden in Zuid-Limburg pogingen gedaan om diverse kalkgraslandsnippers weer in ecologische zin met elkaar te verbinden door de tussenliggende weilanden om te vormen tot schraal grasland. Er wordt momenteel volop onderzoek gedaan aan de eigenschappen waaraan verbindende groene corridors en reservaten en natuurnetwerken als geheel moeten voldoen om gezonde populaties van allerlei karakteristieke dieren en planten te kunnen herbergen. Door het maken van dergelijke ecologische verbindingen worden ook de mogelijkheden voor het inzetten van rondtrekkende schaapskudden in Zuid-Limburg groter. Mogelijk kunnen ook wegbermen gaan functioneren als verbindingszones. Het effect van de ecologische verbindingen hangt af van het reguliere beheer dat er wordt toegepast en er valt bijv. nog veel te verbeteren aan het beheer van kalkrijke wegbermen. Door de sterke versnippering hebben de zogenoemde ‘randeffecten' veel invloed op de natuur van het heuvelland. Via de randen van de natuurgebieden vindt bijv. vanuit de landbouwgronden op de aangrenzende hoger gelegen plateaus inspoeling van meststoffen plaats die leidt tot vermesting van kalkgraslanden en kalkhellingbossen. Randeffecten zijn te beperken door het aanleggen van bufferzones rond de meest gevoelige waardevolle leefgemeenschappen. Het is dus nodig bij de inrichting ook voldoende aandacht te schenken aan inrichting van bufferzones.
Ontsnippering van beken speelt een belangrijke rol om bovenstroomse trajecten weer toegankelijk te maken als paai- en leefgebied voor trekvissen uit de Maas of de Noordzee (foral, zalm, paling). Daartoe worden steeds vaker vistrappen of omleidingen rondom de nog aanwezige oude molenstuwen aangelegd.

Aanleg van akkerreservaten nodig
De aanleg van akkerreservaten of inrichting van nieuwe akkergebieden waar een natuurvriendelijke, min of meer traditionele wijze van akkerbouw wordt beoefend lijkt hard nodig. De oude leefgemeenschappen van de akkers dreigen anders te verdwijnen. Wanneer een heel perceel traditioneel wordt beheerd, zoals in zulke akkerreservaten gebeurt, is een heel scala aan traditionele akkeronkruiden in staat zich handhaven. En wanneer een voldoende groot complex van percelen faunavriendelijk wordt beheerd, blijkt dit een gunstige uitwerking te hebben op de populaties van allerlei bedreigde soorten zoals Blauwe kiekendief (Circus cyaneus), Geelgors (Emberiza citrinella), Patrijs en Grauwe gors.
Momenteel wordt in een aantal akkers het zogenoemde ‘akkerrandenbeheer' toegepast (zie de subpagina ‘Herstel'van het akker-groepje van natuurtypen). Dit lijkt vooralsnog tegenvallende resultaten op te leveren. De karakteristieke akkerflora is slechts in zeer beperkte mate gebaat met de aanleg van dergelijke randen. Voor de fauna is de omgeving van de akkerrand vaak nog zo vijandig dat het de populaties niet goed lukt zich in deze randen te handhaven.

Nieuwe kansen in groeven
Grote winst voor de natuur in Zuid-Limburg is er te halen bij een juiste inrichting van de bovengrondse mergelgroeven. Veel van de soorten die uit het omringende landschap zijn verdwenen, blijken zich te kunnen vestigen en uitbreiden in bovengrondse mergelgroeven. Inmiddels zijn voor de meeste groeven reeds op de natuur gerichte inrichtingsplannen geschreven.
Nog onduidelijk is in hoeverre de soorten de voor hen geschikte nieuwe leefgebieden kunnen bereiken. Op plekken waar nu de bodems nu geschikt zijn voor een ontwikkeling in de richting van het kalkgrasland, vestigen zich vooralsnog nog nauwelijks karakteristieke soorten van het kalkgrasland.

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer, september 2007 en Henk Beije, oktober 2006.

Literatuur:
Bobbink, R. & J.H. Willems, 2001. OBN praeadvies Kalkgraslanden. Expertisecentrum LNV, Wageningen

Hendriks, R.J.J., 2004. Effectgerichte maatregelen tegen verzuring, verdroging en vermesting (EGM) op landschapsschaal: aanbevelingen voor terreinbeheer en beleid. Rapport 2004/299-O, Ministerie LNV, Directie Kennis.

Krekels, R. Beschermingsplan Hamster 2000-2004. LNV-rapport directie Natuurbeheer nr. 41.

Verheggen, L. & R. Foppen, 2006. Kansen voor de Hazelmuis. De ambassadeur van de bosrand in Zuid-Limburg. Natuurhistorisch maandblad 95 (1): 16-19

Natuurhistorisch maandblad nr 93, 2004; themanummer over mergelgroeven in Zuid-Limburg

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website