Pad: Landschapstypen / Heuvellandschap / Bedreigingen en Beheeropgaven

Heuvellandschap

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN EN BEHEEROPGAVEN
Verdwijnen van het ouderwetse cultuurlandschap
Versnippering van de Zuid-Limburgse natuur
Ook de natte natuur heeft het moeilijk
En de luchtverontreiniging
Met bijdragen van
Literatuur

Op deze websitepagina worden slechts enkele alomtegenwoordige bedreigingen voor het heuvellandschap genoemd, de specifieke bedreigingen worden onder de diverse natuurtypen behandeld.

Verdwijnen van het ouderwetse cultuurlandschap
De achteruitgang van de traditionele soortenrijkdom is, net zo als in andere delen van ons land, begonnen met de teloorgang van het ouderwetse landbouwsysteem. Momenteel is de zeer sterke versnippering van de natuur in het dicht bevolkte zuiden van Limburg de belangrijkste bedreiging. Daarnaast heeft de natte natuur sterk te leiden onder verdroging en veranderingen in de waterkwaliteit. De bijdrage van de luchtvervuiling, de aanvoer van zwavel en vooral stikstof vanuit de lucht is niet goed bekend.

De meest vruchtbare bodems van Zuid-Limburg worden al zeer lange tijd gebruikt voor de productie van granen, bieten, fruit en andere gewassen. Minder vruchtbare bodems dienden voornamelijk als gemeenschappelijke weidegrond. Dit waren de kalkbodems met een dunne of ontbrekende verweringslaag, de zand- en grindafzettingen en het vuursteeneluvium. Op een klein deel van deze bodems werd bos gehandhaafd dat tamelijk intensief werd benut, bijvoorbeeld als hakhoutbos. De nattere beekdalbodems waren vaak in beheer als hooiland.

De introductie van de kunstmest rond het einde van de 19de eeuw maakte het mogelijk de gewasproductie op de bestaande akkers te verhogen, weidegronden om te zetten in akkerland of hoogproductief grasland. Rondtrekkende schaapskudden werden hiermee verleden tijd. De mechanisatie van de landbouw leidde tot een nog intensiever landgebruik waarbij overal struwelen en zomen verdwenen. De bossen behoorden tot de eerste Zuid-Limburgse natuurgebieden. Daarmee viel ook hier het traditionele gebruik weg, en ging veel van het middenbos verloren, dat de pijler vormde voor de leefgebieden van tal van orchideeën, struiken en bosrandfauna. De overgang van traditioneel naar modern landgebruik is inmiddels bijna voltooid, maar op populatieniveau ijlen de effecten hiervan nog steeds na. Zo dreigden gaan in de agrarische gebieden van Zuid-Limburg de Veldleeuwerik (Alauda arvensis) en Patrijs (Perdix perdix) nog steeds achteruit en dreigden er korte tijd geleden de laatste Hamsters nog te verdwijnen.

Versnippering van de Zuid-Limburgse natuur
Op vrijwel elke plek in de natuur van de heuvellandschappen is het mogelijk om een glimp op te vangen van het aangrenzende gecultiveerde land. Kalkhellingbossen beperken zich tot linten langs de steilste delen van de dalhellingen en zijn doorsneden met intensief bereden verharde wegen en een netwerk van wandelpaden. Kalkgraslanden beperken zich tot snippers in het landschap. Beken zijn in de steden vaak ‘overkluisd' - overdekt met een weg, bebouwing enz.- of van betonnen wanden voorzien. Dit geldt met name voor de Geleenbeek en Rode Beek, die ten tijde van de Zuid-Limburgse steenkoolindustrie vrijwel volledig zijn gekanaliseerd. Veel terreinen hebben bovendien door allerlei randeffecten in kwaliteit ingeboet. Al met al zijn de ecologische barrières tussen plaatsen met nog relatief intacte natuur erg groot geworden.

Ook de natte natuur heeft het moeilijk
Verdroging speelt zoals elders in ons land ook in Zuid-Limburg een rol. Weliswaar niet over grote oppervlakten, maar meer op kleine en lokale schaal. Een belangrijke oorzaak is de versnelde afvoer van regenwater in de verstedelijkte gebieden, waardoor geen grondwaterinfiltratie meer plaatsvindt. Het gebied rond de Pietersberg bij Maastricht bijvoorbeeld wordt ontwaterd door de insnijding van het Albertkanaal, het droogpompen van de ENCI-groeve, het stopzetten van de opstuwing door watermolens in het Jekerdal, de onttrekking van drinkwater en de begreppeling van natte percelen. Als gevolg daarvan zijn hier enkele bronnen verdwenen, terwijl in de andere bronnen de uitstroming van water is verminderd. Sommige bronnen zijn ‘onthoofd', dat wil zeggen voorzien van drainages die het water afvoeren naar een betonnen ondergrondse buis. In de beekdalen is de grondwaterinvloed in de graslanden weggevallen.

Door de intensieve bemesting vanuit de landbouw is de nitraatuitspoeling naar het grondwater sterk toegenomen. Mede doordat de stikstofverliezen naar de lucht op de lössgronden gering zijn, vormt plaatselijk in natuurgebieden vermesting door stikstof een probleem. Bij veel bronnen wordt inmiddels een sterk verhoogd nitraatgehalte gemeten, wat vaak resulteert in de woekering van bijvoorbeeld Grote brandnetel (Urtica dioica) of Rietgras (Phalaris arundinacea) waardoor karakteristieke soorten het moeilijk krijgen.

En de luchtverontreiniging
Westhoff, nestor van de natuuronderzoekers van ons land, noemt in de jaren zeventig in zijn boek ‘Wilde planten' de "gordel van winbare kolen die zich bovengronds aftekent als een epifytenwoestijn". Er zijn uit Zuid-Limburg echter weinig daadwerkelijke metingen bekend van de atmosferische depositie van zwavel en stikstof in natuurgebieden. Een recente meting uit de buurt van Voerendaal laat een schrikbarend hoge stikstofdepositie zien, voornamelijk in de vorm van nitraat. Dat de hoge stikstofdepositie in de Limburgse kalkgraslanden in belangrijke mate bijdraagt aan vergrassing is al experimenteel aangetoond. Het is nog niet duidelijk wat de effecten van hoge stikstofdepositie zijn op bijvoorbeeld kalkhellingbossen en zoomgemeenschappen; dit vraagt nog om nader onderzoek.

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer, september 2007 en Henk Beije, oktober 2006.

Literatuur:
Bobbink, R. & J.H. Willems, 2001. OBN praeadvies Kalkgraslanden. Expertisecentrum LNV, Wageningen

Bossenbroek, Ph., 1989. Floristische verarming in het Zuidlimburgse hellingbos - een analyse. Natuurhistorisch maandblad 78 (4): 65-71

Hendrix, W.P.A.M., 2005. Zuid-Limburgse bronnen: tussen grond- en oppervlaktewater. Natuurhistorisch maandblad 94 (11): 238-242

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website