Pad: Landschapstypen / Grote zoete wateren

Grote zoete wateren

Inhoud van deze pagina: 

BETEKENIS

Ooit deel van natuurlijke estuaria
Belangrijk voor waterhuishouding
Belangrijk voor biodiversiteit

KENSCHETS
Kenmerkende vegetaties
Ecologie
Met bijdrage van
Literatuur

BETEKENIS

Ooit deel van natuurlijke estuaria
De grote zoete wateren in Nederland zijn te vinden in het IJsselmeergebied, het Lauwersmeer, de Friese meren en het noordelijk deel van het Deltagebied. Ze vormen bij uitstek grootschalige gebieden met daarmee samenhangende natuurwaarden. De openheid, dynamiek en vormingsgeschiedenis zijn uniek. De grote zoete wateren waren ooit onderdeel van de natuurlijke estuaria van Rijn en Maas, maar zijn door mensenhand grotendeels omgevormd tot wat ze nu zijn: uitgestrekte, grotendeels ondiepe zoetwaterbekkens, voor een deel omgeven door een smalle moerasrand. De dijken, dammen en waterwerken maken onafscheidbaar onderdeel uit van deze watersystemen. Het landschap wordt gekenmerkt door rechte lijnen en grote open ruimten.
Zie ook Afgesloten zeearm.

Belangrijk voor waterhuishouding
Van de grote zoete wateren vervullen vooral het IJsselmeergebied en het Deltagebied een centrale rol in de waterhuishouding van Nederland. Ze zijn belangrijk voor zowel wateraanvoer (schoon zoet water voor drinkwater, landbouw en natuur) als waterafvoer (opvang en doorvoer van overtollig rivier- en regenwater) voor grote delen van Nederland. De natuurfunctie wordt verder gecombineerd met belangrijke andere functies als scheepvaart, recreatie en visserij. Rond het Markermeer speelt bovendien stedelijke ontwikkeling een steeds grotere rol. Het Volkerak-Zoommeer en het Lauwersmeer (relatief jonge systemen) en de Friese meren zijn van belang voor de regionale waterhuishouding en voor scheepvaart en recreatie.

Belangrijk voor biodiversiteit
De betekenis van al deze wateren voor de nationale en regionale biodiversiteit is groot. Internationaal belangrijke aantallen watervogels, zoals Toppereend, Nonnetje en Kleine zwaan, profiteren van de hoge productiviteit van deze gebieden. Ook voor populaties van migrerende vissen zoals Zalm, Zeeforel, Houting en Aal zijn de grote zoete wateren in het mondingsgebied van Rijn en Maas van belang. De afgesloten estuaria herbergen soms ingesloten populaties van vissoorten uit het tijdperk van het brakke water, bijvoorbeeld de Spiering in het IJsselmeer. Zie ook Afgesloten zeearm en Waterplantenrijk water
Foto 1 Grote zoete waterenEen rietkraag aan de oever van het IJmeer, met op de achtergrond de wijk IJburg in aanbouw. Foto Hugo Coops

KENSCHETS

Kenmerkende vegetaties
Grote zoete wateren worden gekenmerkt door grootschalig open water. Vaak gaat het om ondiep water (diepte< 3m). Daar kunnen uitgestrekte velden begroeid met ondergedoken waterplanten voorkomen, vooral kranswieren en fonteinkruiden. Soms is er op de overgang naar de gesloten oeverbegroeiing biezen- of lisdoddenvegetatie aanwezig. In zeer ondiep water langs de randen en op de oeverlanden komt dikwijls een brede zoom van Riet en Lisdodde voor, die in het drogere deel van de oever overgaat in vochtige ruigte en (wilgen)struwelen. In de ruigten komen naast de typische hoge ruigtesoorten zoals Harig wilgenroosje, Koninginnekruid en Grote engelwortel, soms brakwatersoorten zoals Echte heemst en Zilt torkruid voor. Dit is bijvoorbeeld plaatselijk langs de Friese IJsselmeerkust te zien.

Ecologie
In tegenstelling tot de andere grote zoete wateren komen in de Friese meren veenverlandings-situaties voor. Een deel van de oevergebieden wordt periodiek gemaaid of begraasd door grote grazers (runderen en /of paarden), waardoor voedselrijk, nat en vochtig grasland in stand blijft en riet sterk wordt teruggedrongen. Plaatselijk zijn vaak zandbanken, strandjes, of zandige oeverwalletjes aanwezig. In de bredere oevergebieden kan door stagnerend water hier en daar onder mesotrofe condities enige veenvorming optreden.
Het open water wordt bevolkt door diverse visgemeenschappen. In het IJsselmeer is de Spieringstand van groot belang voor de draagkracht van het systeem voor watervogels. Ook vervullen de grote zoete wateren een belangrijke rol voor de doortrek van migrerende vissoorten zoals Zeeforel en Aal.
De grote zoete wateren hebben een belangrijke positie als doortrek- en overwinteringgebied voor watervogels. Door de schaal en de beschikbaarheid van voedsel kunnen internationaal belangrijke aantallen van bepaalde vogelsoorten voorkomen. Dit geldt voor zowel visetende watervogels (bijvoorbeeld Aalscholver, Fuut, Grote zaagbek, Nonnetje, Zwarte stern), bodemfauna-etende watervogels (bijvoorbeeld Toppereend, Tafeleend, Kuifeend, Brilduiker) als plantenetende watervogels (bijvoorbeeld Kleine zwaan, Grauwe gans, Pijlstaart, Krakeend). De oevergebieden zijn van belang voor moerasvogels, zoals diverse reigerachtigen (Blauwe reiger, Roerdomp). Ook Aalscholvers hebben er op verschillende plaatsen hun nestkolonies. In de rietmoerassen huizen allerlei zangvogels zoals Grote karekiet, Baardmannetje en Blauwborst.
Zie ook Helofytenmoeras en Afgesloten zeearm .
Foto 2 Grote zoete wateren
Zwanen aan het Veluwemeer. Foto Hugo Coops

Met bijdrage van:
Tekstbijdrage: Hugo Coops

Literatuur

| Bedreigingen en Beheeropgaven | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website